Back to Top

Toezicht op de veteranenketenzorg

De RZO houdt toezicht op het civiel-militaire zorgsysteem voor de hulpverlening aan veteranen, bevordert de samenwerking tussen alle in het zorgsysteem betrokken partijen en velden en adviseert terzake.

Raadsvergaderingen
Na elk kwartaal komt de Raad bijeen en wordt geïnformeerd over de veteranenzorg door de Hoofd Directeur Personeel Defensie (HDP) en de Voorzitter van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV).

Bezoek aan LZV-partners
De RZO bezoekt periodiek de LZV-partners. Momenteel gaat de aandacht van de RZO uit naar: het effect van de spreiding van de voorzieningen; de toegevoegde waarde voor de zorginstellingen om gespecialiseerde behandelcapaciteit aan te bieden; hoe de financiering van deze bijzondere zorg aan veteranen is geregeld; en om een beeld te krijgen van de regionale verschillen in zorgaanbod en cultuur. En niet op de laatste plaats om de ervaringen en zorgpunten van de partners te vernemen met de veteranenketenzorg en het behandelonderzoek.

Ontmoetingen met Veteranen en hun relaties
Het is voor de RZO van belang van de veteranen en hun relaties zelf te vernemen hoe het met ze gaat. Daarvoor gaat de RZO in gesprek met veteranen met verschillende achtergrond en problematiek en hun belangenbehartigers.

Consumer Quality Index voor veteranenzorg
Het LZV is opgericht om een betere samenwerking tussen de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg te bevorderen en om de zorg voor veteranen te verbeteren door begrip te hebben voor de unieke ervaringen van de veteraan. Om zijn toezichthoudende taak goed te kunnen uitoefenen heeft het Trimbos-instituut voor de RZO een Consumer Quality Index voor veteranenzorg (CQIv) ontwikkeld. Over wat goede zorg is, wordt door de cliënt vaak anders geoordeeld dan door de professionele zorgverlener. De CQIv  meet de manier waarop het LZV als keten functioneert, de toegankelijkheid en kwaliteit van overdracht tussen de schakels van de keten, en de mate waarin de veteranen de unieke benadering van het LZV ook daadwerkelijk ervaren.
Uit het onderzoek blijkt dat het LZV voldoet aan de doelstelling: hoogwaardige maatschappelijke steun en psychische zorg leveren aan veteranen. Over het geheel gezien waarderen de veteranen deze zorg positief tot zeer positief. Verbeterpunten zijn een betere inventarisatie van problemen in het dagelijks leven en het meer betrekken van de partner bij de begeleiding of behandeling. De verbeterpunten worden zowel door het LZV als de RZO opgepakt om de veteranenzorg te verbeteren.
Voor meer informatie zie de nieuwsflits van het Trimbos-instituut en het Eindrapport CQIv.
In 2015 heeft het LZV de meting in eigen beheer gedaan met een eigen onderzoeksbureau. De bevindingen komen in hoge mate overeen met de vorige meting. De informatieoverdracht is positiever gewaardeerd. De gerapporteerde Net Promoter Score (NPS), een manier om de klantenloyaliteit van een organisatie te meten, is uitstekend in vergelijking met normale ziekenhuizen. Terwijl het gaat om een groep mensen die in de knel zit en die niet gauw geneigd is om tevreden te zijn. Voor meer informatie zie het Eindrapport CQIv 2015
De uitkomst van de meting in 2018 komt in hoge mate overeen met de vorige metingen. De veteranen hebben over het algemeen positieve ervaringen met de begeleiding en behandeling. Negentig procent van hen zou de partnerinstelling aanbevelen bij anderen. Het rapportcijfer is met een 7,7 ruime voldoende. Kwaliteitsaspecten waarover 25% of meer van de veteranen zich negatief hebben geuit, zijn door het LZV opgepakt als verbeterpunt. Aspecten waarover minder dan de helft van de cliënten positief is geweest, zijn opgepakt als aandachtspunt. Zie: CQIv 2018 resultaten en appreciatie.
Na deze derde meting hebben de RZO en het LZV vastgesteld dat dit instrument niet goed genoeg de relatie meet tussen genomen verbetermaatregelen en de gemeten tevredenheid. Dat heeft te maken met de meetfrequentie, de selectie van de deelnemers, de lage respons en het type vraagstelling. Daarmee is de meting 2018 de laatste in deze vorm. Voortaan wordt gemeten met het nieuw ontwikkelde meetinstrument ‘Tevredenheid en Resultaat Als Check voor de eigen ervaren Kwaliteit van leven’ (TRACK).

Steekproefonderzoek ‘Veteraan, hoe gaat het met u?’
De veteraan kan kiezen voor de reguliere zorg. Om ook een beeld te krijgen van de zorgbehoefte van veteranen die geen gebruik maken van de door het LZV geboden zorg, heeft de RZO in 2014 een aanvullend onderzoek laten uitvoeren door het Trimbos-instituut en het Veteraneninstituut. Op deze manier is informatie verzameld over de kwaliteit van zorg in bredere zin en een eerste aanzet gemaakt tot het in kaart brengen van risicofactoren en zorgbehoeften in een grote groep veteranen. Uit het onderzoek blijkt dat het goed gaat met het welbevinden van de veteranen. Over de gehele linie ontvangt een beperkt aantal veteranen professionele zorg. Een groep veteranen is gebaat bij preventieve maatregelen en monitoring. Het thuisfront speelt een belangrijke rol bij het voorkomen van het ontstaan van een zorgbehoefte of bij het in gang zetten van een vraag om zorg. Maar het thuisfront verdient ook zelf steun en zorg.
Voor meer informatie zie de speciale pagina op de website van het Veteraneninstituut.
In 2018 is het steekproefonderzoek herhaald en in mei 2019 over gerapporteerd. Bevindingen van de onderzoeken onder ISAF en Dutchbat III veteranen zijn in het rapport meegenomen. Het onderzoek laat zien dat het met het merendeel van de veteranen goed gaat. Eén op de tien veteranen heeft in de drie maanden voorafgaand aan het onderzoek problemen die zij toeschrijven aan de uitzending. Daarnaast speelt bij één op de tien veteranen de uitzending in hun ogen of die van hun omgeving een negatieve rol in het leven en maakt daardoor kans problemen te ontwikkelen. Daarmee lijkt de kwaliteit van leven van de veteraan vergelijkbaar met die van de Nederlandse bevolking. Alleen de groep veteranen van 40-55 jaar lijkt eenzamer dan gemiddeld. Het onderzoek bevestigt de adviezen van de RZO over het in kaart brengen van risicogroepen, het hen bieden van outreachende zorg, het versterken van het netwerk rondom de veteraan en het vergroten van de zelfredzaamheid van veteranen. Zie: Onderzoek: Veteraan, hoe gaat het met u? (2019)

Evaluatie LZV
In 2013 heeft de RZO het LZV geëvalueerd op weg naar de afronding van de inrichtingsfase in 2015. Het LZV is uitgegroeid tot een ketenzorgvoorziening voor veteranen, dienstslachtoffers en hun relaties die er toe doet en ook zeker succesvol mag worden genoemd. De partijen in het LZV zijn er zich van bewust dat zij deel uitmaken van een zorgketen en dat daar inbreng voor nodig is. Dit geschiedt bovendien met gemotiveerde en toegewijde hulpverleners die er nadrukkelijk voor staan de veteraan goede zorg te bieden. In 2016 zal de RZO de evaluatie in de volle breedte van het volledig ingerichte LZV in het reguliere toezichtprogramma afronden.
Voor meer informatie over de evaluatie van het LZV in 2013 zie het Eindrapport Evaluatie LZV 2013.
In 2016 heeft de RZO de evaluatie in de volle breedte van het volledig ingerichte LZV in het reguliere toezichtprogramma afgerond. Met name het Kwaliteitshandboek/-managementsysteem, het registratie(systeem) LZV, de bestuurlijke inbedding en de manier waarop het wetenschappelijk onderzoek dat uitgevoerd wordt in de veteranenpopulatie daadwerkelijk ten goede komt aan de verbetering van de zorg voor veteranen. Tevens is gekeken naar het effect van de geïmplementeerde aanbevelingen uit de evaluatie van 2013. De aanbevelingen die nog niet zijn afgerond zijn verwerkt in het jaarplan en meerjarenplan van het LZV, en in de Beleidsevaluatie van het Veteranenbeleid.

Relatie met andere toezichthouders
De Inspectie voor de Gezondheidszorg en jeugd (IGJ) houdt toezicht op de kwaliteit van zorg welke wordt verleend door de individuele zorginstellingen van het LZV. De Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG) is de interne toezichthouder van Defensie voor de militaire gezondheidszorg. Het toezicht van de RZO op de zorg verleend door individuele instellingen binnen het LZV stemt de RZO af met de IGJ of de IMG. Afspraken daarover zijn vastgelegd in de Afstemmingsovereenkomst RZO-IGJ-IMG.