Back to Top

Ontmoetingen met veteranen en hun relaties

Bezoek aan veteranenevenementen.
Voor de RZO is het belangrijk om van de veteranen en hun relaties zelf te vernemen hoe met ze gaat. Daarvoor gaat de RZO in gesprek met veteranen met verschillende achtergrond en problematiek. De voorzitter en raadsleden bezoeken veteranenactiviteiten waaronder de Nederlandse Veteranendag; Herdenking Nationaal Indië-monument 1945-1962 in Roermond; de veteranendag en veteranenvoorstelling van de Taptoe; de Veteranendagen van de Krijgsmachtdelen; en de Nationale Herdenking Capitulaties 1945 in Wageningen.

 

Ontmoetingen met kleine groepen veteranen en hun relaties.
Naast in gesprek gaan met veteranen tijdens evenementen organiseert de RZO  ontmoetingen met kleine groepen veteranen en hun relaties.
In 2015 hebben ontmoetingen plaats gevonden met: een jonge beschadigde veteraan en zijn relatie; (ex-) partners en kinderen van beschadigde veteranen; veteranen met verschillende achtergrond en leeftijd; zorg mijdende veteranen; veteranen die politieagent zijn en geestelijke gezondheidszorg hebben ontvangen; veteranen met partner in de bezwaar/beroepsprocedure betreffende het PTSS-protocol en zorgplicht van Defensie; tweede generatie slachtoffers; en veteranen met hun partner die problemen hebben ondervonden met de nazorg.
In 2016 hebben tot zover ontmoetingen plaats gevonden met veteranen met Lichamelijk Onverklaarde Klachten en ‘passende zorg zoekers’ in De Compound.

 

Ontmoeting met veteranen met verschillende achtergrond.
Doel was met veteranen met verschillende achtergrond van gedachten te wisselen over de specifieke kenmerken/verwachtingen/(zorg)problemen van de diverse groepen veteranen (naar missie / leeftijd) teneinde daar beter inzicht in te krijgen. De deelnemers waren veteranen afkomstig uit diverse missiegebieden en in leeftijd variërend van 25 tot en met 96 jaar.
Belangrijkste aandachtspunten voor de RZO naar aanleiding van de gevoerde gesprekken:

– Het delen van ervaringen tussen jonge en oude veteranen heeft toegevoegde waarde.
– Er zit een groot verschil in voorbereiding en zorg rond- en na de missie tussen nu en vijf jaar geleden. Het is veel beter geworden.
– Het thuisfront is van groot belang, ervaren de uitzending vaak zwaarder dan de uitgezonden militair zelf, en dient zorgvuldig mee om te worden gegaan. Het gaat dan om informatie geven, onderling contact organiseren en (na-) zorg verlenen.
– Het is belangrijk een buddy te hebben, een gelijkgestemde om ervaringen mee te delen.
– Actief dienende veteranen hebben onderling een sterke band mits uitgezonden in eenheidsverband.
– De beschadigde veteranen wilden bij Defensie blijven maar kregen niet de mogelijkheid. In het verleden werden ze afgekeurd en eervol ontslagen; tegenwoordig worden ze afgekeurd en tegelijkertijd zoveel mogelijk kansen in de maatschappij gecreëerd.
– De enorme waarde van erkenning en waardering voor het welbevinden van de (beschadigde) veteranen.
– Partners die in het buitenland wonen, kunnen daar geen gebruik maken van diensten van het LZV. Defensie betaalt niet op voorhand de extra kosten om tijdig de juiste civiele GGZ in het buitenland te ontvangen.
– Aandacht voor de zorg voor de tweede generatie van beschadigde veteranen.
– Ondanks de negatieve gevolgen van de uitzending waren allen trots op het zijn (geweest) van militair; voor de (ex-) beroepsmilitairen ‘de mooiste tijd van hun leven’.

Diverse veteranen

 

Ontmoeting met zorg mijdende veteranen (beter: veteranen die passende zorg zoeken).
Doel was met veteranen met verschillende achtergrond die zorg mijden of alleen de zorg aangeboden door het LZV van gedachten te wisselen over de reden van het mijden van de beschikbare zorg.
Er zijn veteranen die zorg mijden, niet in staat zijn om zelf hulp te vragen of zelf de noodzaak van hulp niet zien en er dus ook niet om vragen. Ook zijn er veteranen die wel zorg vragen maar de zorg van het LZV mijden vanwege de relatie met defensie of teleurstelling met het zorgaanbod. Voor de nuldelijn bestaat er een beperkte mogelijkheid de zorg mijdende veteraan over de drempel van het LZV te helpen.
Belangrijkste aandachtspunten voor de RZO naar aanleiding van de gevoerde gesprekken:

– Huisartsen maar ook andere eerste lijns zorgverleners alert maken op veteranenproblematiek. Bij middelengebruik, geweld of verward gedrag, gaat de insteek van de huisarts vaak naar het beheersen van de eerste symptomen en niet naar de mogelijke achtergrond van het zijn van veteraan. Huisartsen hebben in hun aanmeldprotocol geen vraag over risicoberoepen zoals defensie, politie enz..
– Daar waar het LZV zelf geen passende zorg kan bieden doorgeleiden naar passende zorg buiten het LZV. Voor het maatschappelijk werk kan dat zijn lokale inhuur. Voor begeleiding kan dat zijn doorgeleiden naar de nuldelijnsondersteuning. Het is belangrijk dat de zorgcoördinatie ook dan de veteraan blijft volgen.
– De Basis heeft per regio een relatief klein aantal gespecialiseerd maatschappelijk werkers. Bedrijfsmaatschappelijkwerk Defensie (DCBMW) zou meer bij kunnen dragen in de zorg aan postactieve veteranen.
– Het verkorten van doorlooptijden in de veteranenketenzorg en streven naar vaste maatschappelijk werkers/ behandelaren/locaties voor de veteraan.
– De combinatie van de zorg van het LZV en de mogelijkheid om met PGBs passende zorg te bieden. Met name als het gaat om de relatie tussen praktische ondersteuning en hulpverlening.

zorgmijders

 

Ontmoeting met veteranen en dienstslachtoffers (met hun partners) in een bezwaar- / of beklag procedure.
Doel van de ontmoeting was met veteranen/dienstslachtoffers en hun relaties in een bezwaar- of beklagprocedure tegen Defensie/ABP van gedachten te wisselen over de problematiek die heeft geleid tot hun bezwaar/beklag, hoe zij het proces ervaren en wat het met hun doet.
Belangrijkste aandachtspunten voor de RZO naar aanleiding van de gevoerde gesprekken:

– Er is veel onvrede over de bejegening door de verzekeringsartsen. De deelnemers ervaarden weinig empathie en het oordeel van de eigen behandelaar werd in twijfel getrokken. Het is belangrijk dat verzekeringsarts begrip toont, goed luistert en een rapport opstelt met een uitgebreide toelichting op het besluit. Daarnaast meer overleggen met de behandelaar zodat het uit te leggen valt waarom er verschillen zijn tussen het oordeel van de behandelaar en keurende arts.
– Het begrip kan worden vergroot door het inzetten van verzekeringsartsen die de veteranenproblematiek kennen en/of zelf uitgezonden zijn geweest.
– De achtergrond van het bezwaar is vaak vooral een roep om begrip en de erkenning. Het krijgen van een Militair Invalideits Pensioen (MIP) wordt ervaren als erkenning.
– De bezwaarprocedures duren soms jaren. Al dan niet in combinatie met herkeuringen en beroepszaken verergert het de psychische klachten.
– Het gevoel van aangedaan onrecht is traumatisch, bovenop hun lichamelijke handicap als gevolg van hun ongeval.
– Het effect van de beschadiging, de gevoelens van onrecht en de procedures hebben een grote invloed op partners en kinderen. Partners constateren de verergeringen bij de veteraan het eerst en de frustratie wordt op hen afgereageerd.

Foto beklag bezwaar

 

Ontmoeting met tweede generatie slachtoffers van oorlogsgetroffenen.
Doel van de ontmoeting was een beeld te krijgen van de specifieke GGZ-problematiek van tweede generatie slachtoffers van oorlogsgetroffenen en wat het met hen doet. Voor een kort verslag zie het artikel met de pakkende titel In aarzelend voetlicht.
Belangrijkste aandachtspunten voor de RZO naar aanleiding van de gevoerde gesprekken:

– De beschadigingen van tweede generatie slachtoffers zijn vaak ernstig en heeft veel invloed (gehad) op het (sociale) leven.
– Zij missen erkenning en herkenning van hun specifieke problematiek in hun omgeving en de medische wereld.
– Het gaat om een groot aantal en veelal verborgen probleem, ook bij de derde generatie, maar steekt een keer de kop op.
– Het is een belangrijk aspect van de reikwijdte van de zorg. Het is noodzakelijk de omvang van de problematiek in beeld te krijgen en meer aandacht aan te geven in het zorgsysteem.
– Bezien of in de nazorgvragenlijsten aandacht is voor tweede generatie problematiek bij actief dienende veteranen.

Foto tweede generatie


Ontmoeting met veteranen en hun relaties met ervaring met de zorg rond uitzendingen.
Doel van de ontmoeting was is een beeld te krijgen van de ervaringen van veteranen en het thuisfront met de nazorg en wat het met hen doet. Gesproken is met een groep veteranen die onderdeel uitmaakten van een kleine club verkenners van het ISTAR bataljon (Intel, Surveillance, Target Acquisition & Recon). De uitzending hebben zij grotendeels, in een kleine groep van 15 man, buiten de poort door gebracht en hierbij hebben de verre uithoeken van het door Nederland gecontroleerde gebied in Afghanistan, en daarbuiten, gezien.
Belangrijkste aandachtspunten voor de RZO naar aanleiding van de gevoerde gesprekken:

– De aandacht voor het thuisfront en in het bijzonder de kwetsbare positie van kinderen van uitgezonden militairen is van groot belang.
– De informatie van Defensie vooraf en tijdens de uitzending sluit niet geheel aan bij de behoeften van het thuisfront. Meer aandacht wordt gevraagd wat van Defensie kan worden verwacht als er problemen ontstaan bij de partner en kinderen. Wie kan worden gebeld als er thuis hulp nodig is.
– Extra aandacht voor veteranen die kort na de uitzending de dienst hebben verlaten. Defensie, bij voorkeur uit de eigen eenheid, dient zolang daar behoefte aan is in contact te blijven met de veteraan en daar het initiatief in te houden, zeker als hij/zij met onverwerkte zaken Defensie heeft verlaten.
– Een aantal veteranen heeft de nazorgvragenlijst ingevuld en duidelijk aangegeven hulp nodig te hebben, echter nooit iets van Defensie vernomen. Dat geldt niet alleen voor de veteranen die kort na de uitzending Defensie hebben verlaten.
– Uit de ervaringen van veteranen die kort na de uitzending Defensie hebben verlaten blijkt de behoefte aan passende zorg, die vaak niet wordt gevonden. Mogelijk door onbekendheid met het Veteranenloket en de voorzieningen voor postactieve veteranen. Daar zou in de actieve dienst meer aandacht aan gegeven kunnen worden.

 

Ontmoeting met veteranen met Lichamelijk Onverklaarde Klachten (LOK, OLK, SOLK, MUPS) en hun relaties.
LOK bij militairen na uitzendingen vat Defensie op als een klachtencomplex zonder te duiden organische basis. De klachten bestaan, niet limitatief, uit chronische vermoeidheid, gewrichtspijnen, pijnklachten (m.n. het hoofd en de rug), pijnlijke spieren en gewrichten, vertigo, huidirritatie, keelpijn, klachten aan de luchtwegen of het maag-darmkanaal, hyperarousal (waakzaamheid, maar ook toegenomen transpiratie), seksuele problemen, slaapstoornissen en geheugen/concentratiestoornissen. Deze klachten resulteren in functionele beperkingen, arbeidsongeschiktheid en in verminderde kwaliteit van leven.
Tussen april 1992 en oktober 1993 participeerden 2616 Nederlandse militairen in United Nations Transitional Authority for Cambodja (UNTAC). Na afloop van deze vredesmissie melde een aantal militairen dat ze sinds de uitzending last had van o.a. vermoeidheid, geheugenproblemen en concentratieproblemen. Een deel van deze militairen vormde de zogenaamde ‘groep van 27’. Internisten en psychologen konden geen eenduidige verklaring vinden voor hun klachten. Vervolgens is er een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen en de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Doel van de ontmoeting is een beeld te krijgen van de specifieke GGZ-problematiek van veteranen met LOK. Hoe is de zorg voor veteranen met LOK ervaren in het algemeen, en in de zorgketen van Defensie / Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen in het bijzonder. Wat doet LOK met mensen en wat wordt van Defensie verwacht.
Belangrijkste aandachtspunten voor de RZO naar aanleiding van de gevoerde gesprekken:

– Veteranen met LOK worden door de huisartsen vaak niet begrepen en voelen zich niet serieus genomen. De artsen hebben geen tijd/aandacht voor deze moeilijke gevallen en kwalificeren het vaak als hypochondrie.
– De problemen als gevolg van LOK hebben grote invloed op de relaties.
– De problemen zijn van tweeërlei aard. De klachten zijn niet lichamelijk te verklaren en de relatie met de uitzending is niet altijd aantoonbaar.
– Een groot deel van de veteranen berusten na zoveel jaren in de situatie. Worden wel behandeld voor de klachten maar hebben de strijd om hulp van Defensie opgegeven.
– De medische wetenschap is ondertussen een stuk verder. Mogelijk dan een nieuwe multidisciplinaire medische/psychische aanpak nu wel tot resultaat leidt.
– Door de veteranen zelf wordt bezien of er behoefte bestaat om hun dossier onder de aandacht te brengen van het Veteranenloket en/of aangeboden willen worden als deelnemer aan de proefneming met de LOK-poli voor postactieve veteranen die begin 2016 start. Nadrukkelijk is gewezen op het risico van deze actie door het wekken van valse verwachtingen.

IMG_0330

 

(Vervolg) ontmoeting met veteranen die ‘passende zorg’ zoeken buiten het zorgsysteem voor veteranen en bezoek aan De Compound in Assen.
De Compound in Assen levert maatschappelijke opvang voor “oorlogs-/uitzendveteranen” die behoefte hebben aan (meer) ondersteuning in het dagelijks functioneren, sociale contacten en veiligheid. Zij bieden 24/7 ondersteuning maar zijn niet ingericht op verzorging. Daarnaast heeft De Compound ook de functie van inloophuis waar veteranen, al dan niet bij De Compound in de zorg, terecht kunnen voor een kop koffie, begrip en contact met elkaar maar ook met hulpverleners.

Stand van zaken naar aanleiding van de observaties van een jaar geleden:
– Het informeren en betrekken van de huisartsen is een voortdurend aandachtspunt van de Raad en wordt waar en wanneer mogelijk uitgedragen. Onder andere met een presentatie en een stand op de beurs van de Landelijke Huisartsen Vereniging waar een speciaal voor de gelegenheid gemaakte folder is verspreid.
– Passende zorg kan buiten het veteranenzorgsysteem worden verkregen in die gevallen dat het systeem niet de passende zorg kan bieden. Aanvragen lopen via het Veteranenloket. Ook als de veteraan de passende zorg buiten het systeem afneemt blijft Zorgcoördinatie de veteraan volgen. Dat is van belang voor de materiele zorg. Daarom is het van belang dat veteranen het Veteranenloket informeren wanneer passende zorg buiten het systeem wordt afgenomen.
– Met het bedrijfsmaatschappelijk werk van Defensie zijn afspraken gemaakt om meer veteranen in behandeling te nemen.
– Om de doorlooptijden in de GGZ te verkorten en zorg te bieden dicht bij de veteraan in de buurt heeft het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV) het plan ‘prompte zorg’ opgesteld. Een van de maatregelen is het aangaan van allianties met betrouwbare, kwalitatief hoogwaardige partijen om de veteranen in situaties van tekort schietende capaciteit snel te voorzien van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg.

20161005_170838

 

(Vervolg) ontmoeting met tweede generatie slachtoffers van oorlogsgetroffenen.
Op zaterdag 19 november 2016 heeft in het gebouw van de Basis te Doorn de jaarlijkse Familiedag van de Stichting InLuwte plaats gevonden. InLuwte is voor relaties van oorlogsgetroffenen, geüniformeerde geweldsgetroffenen en veteranen. En maakt onderdeel uit van het nuldelijnsondersteuningssysteem voor veteranen en hun relaties.
De voorzitter RZO is gevraagd als spreker. De presentatie en de aansluitende discussie heeft geleid tot de volgende observaties:
– De veteraan en het thuisfront zijn een Siamese tweeling. Het thuisfront dient in het beleid van Defensie en de uitvoering een gelijkwaardige plaats te krijgen. Dat wordt door de RZO op hoog politiek en bestuurlijk niveau uitgedragen.
– Er bestaan nog steeds veel misvattingen over hoe met het thuisfront om te gaan. Daarom is het belangrijk dat de RZO een advies over de (na) zorg uitbrengt.
– Bij de ‘getroffenen’ staat het leven nog steeds in het teken van de veteraan. Het is belangrijk om niet 24/7 met het slachtofferschap bezig te zijn.
– Met nadruk wordt gesproken over ‘getroffenen’, het zijn geen ‘slachtoffers’. Zij voelen zich vaak niet zielig, weten met de situatie om te gaan en hebben ook hele goede herinneringen aan de ouder die veteraan is.
– In het bespreekbaar maken van wat de veteraan heeft meegemaakt lijkt een generatie te worden overgeslagen. Vader praat niet met zijn kinderen over wat hij heeft meegemaakt maar grootvader wel met zijn kleinkinderen. Heeft ook tot gevolg dat de kleinkinderen hun ouders aanspreken op wat opa heeft moeten doorstaan.
– Belangrijk is de balans tussen de problemen die de uitzending heeft veroorzaakt en het positieve die de uitzending heeft gebracht.
Voor een verslag zie de Familiedag InLuwte, Kareoler 8 2016

 

 

Ontmoeting met Stichting Dutch Military Veterans (DMV)
De DMV is ontstaan uit een besloten facebookgroep van Leo Hartog, Libanonveteraan en dienstslachtoffer, om contact te kunnen houden met veteranenvrienden. Maar ook uit onvrede over de bestaande organisaties voor veteranen, die te weinig oog hadden voor de belangen van de ‘gewone’ veteraan en zich onbereikbaar opstelden. Al snel voegden vrienden ook hun veteranenvrienden toe aan de groep en werden ook partners van de veteranen toegelaten. Er ontstond behoefte om elkaar ook fysiek te ontmoeten en werden activiteiten georganiseerd. Op 8 november 2013 werd de stichting DMV in het leven geroepen om de facebookgroep te kunnen ondersteunen en om de DMV officieel bestaansrecht te geven. Leden betalen geen contributie, waardoor de drempel om lid te worden heel laag is. Inmiddels bestaat DMV op Facebook uit een hoofdgroep met ruim 2.500 leden (veteranen en relaties, voornamelijk Libanon en daarna). Tevens zijn er een aantal subgroepen gevormd zodat gelijkgestemden elkaar daar kunnen vinden. De DMV werkt nauw samen met de Stichting Veteranen Ontmoetings Centra (V.O.C.) en is buitengewoon lid van het Veteranen Platform. Wat de DMV bijzonder maakt is het gebruik van social media. Het heeft een succesvolle Facebook community met een regionaal ingedeeld nuldelijnsondersteuningssysteem dat onderdeel uitmaakt van het nuldelijnsondersteuningssysteem van het Veteranen Platform. In beperkte mate doet de DMV aan ‘bed, bad, brood opvang’ voor veteranen. Naast de digitale wereld en eigen activiteiten neemt de DMV ook deel aan publieke activiteiten zoals het defilé op de Nederlandse Veteranendag en Wageningen45.
Belangrijkste bevindingen:
– De DMV is zeer laagdrempelig door het gebruik van social media. Veteranen kunnen anoniem berichten volgen of plaatsen en, indien ze daar aan toe zijn, deelnemen aan activiteiten. Veteranen houden elkaar in de gaten en zoeken contact indien het bericht of langdurige afwezigheid daar aanleiding toe geeft.
– Van de nuldelijnsondersteuningscontacten wordt 30% doorgeleid naar het Veteranenloket. Over het Veteranenloket is men zeer tevreden (score 100%).
– Benadrukt de specificiteit van veteranenproblematiek, de reguliere zorg is onvoldoende en snelle doorverwijzing naar een LZV-instelling is noodzakelijk.
– Vraagt daarom aandacht voor meer bekendheid bij en samenwerking met zorg- en hulpverleners (huisartsen, wijkverpleegkundigen, politie, GGZ-instellingen buiten het LZV, gemeenten, enz.).
– Wijst op het belang van een eigen traject voor de partner, direct en persoonlijk (zonder de veteraan) contact met een maatschappelijk werker via het Veteranenloket / de Basis, bij voorkeur thuis of op neutraal terrein in de directe omgeving.
– Vraagt om ondersteunende programma’s van de Basis op voor de partner gunstige tijd (niet alleen weekend) en locatie (in de regio in plaats van in Doorn).
– Vraagt om coaching van de partner en 24/7 bereikbaarheid van een coach.

 

Vervolgontmoeting met veteranen en hun relaties met ervaring met de zorg rond uitzendingen.
Deze bijeenkomst is een vervolg van een ontmoeting met jonge veteranen en hun thuisfront in december 2015. Met deze bijeenkomst is invulling gegeven aan de toezegging na een jaar weer bij elkaar te komen. Doel van de bijeenkomst is een beeld te krijgen van de ervaringen van veteranen en het thuisfront met de nazorg.
Belangrijkste bevindingen:
– Veel van de problemen die bij actief dienende veteranen ontstaan hebben een relatie met onvoldoende opvang van de veteraan na uitzending door de directe werkomgeving van de veteraan (collega’s en commandant). Niet alleen individueel uitgezonden veteranen, maar ook veteranen die in eenheidsverband zijn uitgezonden maar na terugkeer worden overgeplaatst. Daarnaast wordt het contact verloren van de eenheid met veteranen die langere tijd zorg krijgen. De verantwoordelijkheid van de eenheidscommandant als goed werkgever wordt overgedragen aan een ‘administratieve’ commandant en aan een coördinator die de veteraan begeleidt in het zorgsysteem van Defensie. Optie is de zorgverantwoordelijkheid voor de actief dienende veteraan in het (na)zorgtraject te laten bij de commandant van de eenheid waartoe de veteraan behoorde tijdens de uitzending. Hij wordt dan op de hoogte gehouden van de voortgang van het zorgproces en onderhoudt contact met de veteraan. Is ook de persoon waar de veteraan dan terecht kan bij problemen met het zorgproces.
– Door de Basis wordt veteraan-specifiek maatschappelijk werk geleverd. Niet in alle gevallen is er een klik tussen de veteraan en/of relatie en de maatschappelijk werker. Veteranen signaleren dat er dan onvoldoende mogelijkheden zijn om binnen het systeem van maatschappelijk werker te wisselen terwijl, indien gewenst, ook een maatschappelijk werker van Defensie kan worden ingezet (vaak een militair). De zorgcoördinator zou hier een sturende rol in kunnen nemen.
– De onderlinge contacten en steun zijn van groot belang voor de veteranen en hun relaties. Het nuldelijnsondersteuningssysteem is effectief in het geven van ondersteuning en het doorgeleiden naar de professionele zorg. In het nuldelijnsondersteuningssysteem staat centraal ‘veteraan, hoe kan ik je helpen’. Veteranen en ook nuldelijnshelpers blijven soms hangen in de klacht. Dat is niet bevorderlijk voor het herstel.
– Een goed zorgsysteem is herstelgericht, waarin er op voorhand vanuit wordt gegaan dat iemand naar eigen vermogen weer kan participeren in de samenleving. Maar er zijn ook veteranen die geen of weinig eigen kracht hebben. Daar dient rekening mee te worden gehouden.

 

Ontmoeting met veteranen in het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek
Het KTOMM Bronbeek herdenkt een bijzonder (Indisch) verleden. Het tehuis biedt ouderenzorg aan oud-militairen (veteranen) van de Nederlandse krijgsmacht en het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Het monumentale gebouw uit 1863 is voorzien van alle moderne faciliteiten. Defensie draagt de kosten van gebruik en instandhouding. Op het landgoed Bronbeek bevindt zich ook een museum, herdenkingsmonumenten en een reüniefaciliteit.
Op het KTOMM Bronbeek komen erkenning, waardering en zorg bij elkaar. KTOMM Bronbeek herdenkt een bijzonder (Indisch) verleden. Nog maar twee inwoners hebben gediend in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). De grootste groep bestaat uit Nieuw-Guinea veteranen. Daarmee wordt de band van de bewoners met het museum steeds kleiner. Opvallend is de rol van de kleinkinderen. De band met de kleinkinderen lijkt groter dan de band met de kinderen. De bewoners betreft een generatie militairen die veel van huis was tijdens de opvoeding van de kinderen.verbeteren. Een van de criteria is minimaal 15 voor pensioen geldende dienstjaren (tropenjaren tellen dubbel). Daarmee worden dienstplichtigen en militairen met een kort contract uitgesloten. Ook officieren worden uitgesloten. Terwijl in de genoemde categorieën dezelfde problemen voorkomen waarvoor de tehuisfunctie bedoeld is. Een herijking van de criteria is te overwegen.

 

Ontmoeting met organisaties die zich inzetten voor de gewonde soldaten
Doel van de ontmoeting met vertegenwoordigers van de Vereniging De Gewonde Soldaat en de Vereniging Wounded Warriors Netherlands (WWNL) is nog beter inzicht te krijgen in de problematiek van beschadigde veteranen in het algemeen en het samengaan van lichamelijke beschadiging en geestelijke gezondheidszorg in het bijzonder. De ongeveer 60 leden van de vereniging ‘De Gewonde Soldaat’ zijn mannen en vrouwen waarvan 90% lichamelijk blijvend letsel heeft opgelopen als gevolg van hun inzet vooral in Afghanistan. In het algemeen worden de veteranen met fysieke verwonding direct goed door Defensie opgepakt. Ongeveer 30% krijgt in een latere fase last van psychische problemen. De ongeveer 115 leden van WWNL hebben voornamelijk PTSS-klachten van missies in Libanon en Bosnië. De personen waarmee gesproken is voelen de verantwoordelijkheid om de respectievelijke besturen te versteken en te komen tot samenwerking tussen beide verenigingen.
Belangrijkste bevindingen:
– De besturen van deze organisaties hebben ondersteuning en hulp nodig om hun organisaties voort te laten bestaan. Daar ligt een taak voor het Veteranen Platform en is met het bestuur daarvan opgenomen.
– De partner werd nadrukkelijk genoemd als steunverlener maar ook als slachtoffer.
– Gemist worden ontmoetingsmomenten onder begeleiding van een maatschappelijk werker.
– Aandacht van Defensie wordt gevraagd voor een brengplicht in de zorg in plaats van een haalplicht van de veteraan.
– De regelingen van Defensie zijn goed maar niet in alle gevallen de uitvoering. De praktijk is anders dan de theorie. Soms bestaat de indruk dat er sprake is van willekeur en het ontbreken van de menselijke maat in de uitvoering.
– Er zitten verschillen in de erkenning, waardering en toepassing van de WMO tussen gemeenten. Daarvoor is tijdens het notaoverleg door Kamerleden aandacht gevraagd van de Minister van Defensie.