Back to Top

Jaarverslagen

Elke twee jaar doet de RZO verslag van zijn werkzaamheden aan de minister van Defensie. De volgende verslagen zijn uitgebracht:

Veteranenzorg Stap voor Stap 2007 – 2009 (pdf)
Veteranenzorg Stap voor Stap 2009 – 2011 (pdf)
Veteranenzorg Stap voor Stap 2011 – 2013 (pdf)
verslag-van-werkzaamheden-rzo-2013-2015

Het verslag van werkzaamheden RZO 2015 – 2017 is op 6 februari 2018 door de voorzitter van de RZO aangeboden aan de Minister van Defensie. Op 5 april heeft de Minister het verslag aangeboden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Verslag van werkzaamheden RZO 2015-2017

Presentatie jaarverslag RZO aan de minister van Defensie Ank Bijleveld. Ank Bijleveld ontving het verslag van de voorzitter Uri Rosenthal en raadslid Mirjam van ’t Veld. Bron: Ministerie van Defensie

De verslagperiode 2015-2017 stond voor Defensie en het Landelijk Zorgsysteem Veteranen (LZV) vooral in het teken van het implementeren van de maatregelen die voortvloeien uit het Veteranenbesluit. Voor Defensie daarnaast de Beleidsevaluatie van het Veteranenbeleid waarin is onderzocht of de doelstellingen van het veteranenbeleid zijn behaald en of het beleid doeltreffend en doelmatig is geweest.
Het LZV heeft zich naast een zorgorganisatie ontwikkeld naar een kennisorganisatie. De focus van het LZV is verlegd van het inrichten van het LZV naar resultaten en tevredenheid bij de veteranen, de omgeving van het LZV en de eigen professionals.
De RZO is positief over hoe het gaat met de geestelijke gezondheidszorg voor veteranen. Defensie vat zijn zorgplicht breed op en het LZV wordt door de cliënten gewaardeerd. De afgelopen jaren is op basis van de Veteranenwet, andere regelgeving en flankerend beleid voor veteranen een uitvoerig stelsel van (zorg)voorzieningen en compensatieregelingen gerealiseerd. In het algemeen gesproken bestaan daarvoor goede gronden. Maar betekent ook dat veteranen in een bepaalde afhankelijkheid worden gebracht welke niet altijd leidt naar normaal functioneren of werk. Het is van belang in de zorg, bij het toekennen van voorzieningen en het geven van compensatie de veteraan centraal te stellen en de focus te leggen op herstel en empowerment.
Het veteranenzorgsysteem is kwetsbaar. De ruimte die zorginstellingen en hun behandelaars hebben om buiten vaste kaders activiteiten te ontplooien wordt steeds kleiner door toenemende druk op de financiering van de zorg. Defensie is geen zorgdepartement. Het hebben van een zorgplicht betekent dan ook niet dat Defensie zelf alle zorg moet geven. Wel dat Defensie zich inspant dat in de zorg wordt voorzien en de andere betrokken departementen hun verantwoordelijkheid voor de zorg nemen. Hetzelfde geldt voor de zorgverzekeraars en gemeenten.
Het is van belang dat de mentale belastbaarheid van de militair continu wordt gemonitord en Defensie daar onderzoeksinstrumenten voor ontwikkelt om te voorkomen dat problemen zich ontwikkelen bij de militair of post-actieve veteraan. Het thuisfront speelt een belangrijke rol bij het voorkomen van het ontstaan van een zorgbehoefte of bij het in gang zetten van een vraag om zorg. Maar het thuisfront verdient ook zelf steun en zorg.
Op het gebied van wetenschappelijk onderzoek is er winst te halen uit (inter-)nationale samenwerking op het gebied van onderzoek naar uitzendgerelateerde stoornissen. De eerste stappen daartoe zijn door de RZO en Defensie gezet.
De aandacht voor het heden dient verlegd te worden naar de toekomst. Wat zijn de maatschappelijke ontwikkelingen en hoe kan daarop worden geanticipeerd? Nemen alle instanties hun verantwoordelijkheid en werken ze voldoende samen?
De RZO zal zich daar de komende verslagperiode op richten.